Tegen het einde van juni stond er weer eens een reis op de planning, namelijk mijn tweede Srprs.me-reis! Net als vorig jaar steeg de spanning toch wel de laatste week voor vertrek en het weerbericht maakte de spanning compleet. Net als mijn eerste verrassingsreis was de verleiding om de zwarte envelop met mijn boardingpassen te openen weer erg groot, maar gelukkig heb ik mijzelf weer in bedwang kunnen houden tot het vliegveld. Het waren vijf geweldige dagen waarin ik veel gezien en meegemaakt heb. Lees dus verder onder de foto voor mijn vakantiebesteming!

Carnas on Tour goes to…

Dag één
Een week voor vertrek kreeg ik mijn envelop thuis met de melding dat ik om 6:30 uur bij Eindhoven Airport zou moeten staan. Het was dus even slikken dat ik zo vroeg moest opstaan, maar volgens afspraak stond ik dan ook keurig op het vliegveld. Het was dan ook eindelijk tijd om mijn bestemming te gaan onthullen. De mensen van Srprs.me hebben mij op reis gestuurd naar…

De Hongaarse hoofdstad Budapest!

Het weerbericht gaf mij in eerste instantie de indruk dat ik naar een plaats als Malaga of Mallorca zou gaan, maar doordat het weer overal in Europa erg goed (ongeveer 30°C en zonnig) gaf dat natuurlijk geen zekerheid. Desondanks was ik erg blij met mijn bestemming, want een aantal vrienden en collega’s van mij waren al in de Hongaarse hoofdstad geweest. Mede dankzij een paar van hun tips heb ik een leuke paar dagen gehad.

Na een vertraging van ongeveer 45 minuten konden we dan eindelijk gaan vliegen, wat ongeveer anderhalf uur duurde. Het was onbewolkt, dus had je een mooi uitzicht over steden en dorpen in Duitsland, Tsjechië en Slowakije, maar natuurlijk ook de Donau. Eenmaal uit het vliegtuig merkte je dat het de rest van de week lekker weer zou blijven, de zon brandde hard, maar het was niet zoals in Nederland drukkend warm.

De Donau vanuit het vliegtuig.

Eenmaal aangekomen in het hostel (Wombats City Hostel) besloot ik naar een van de meest herkenbare gebouwen van Boedapest te gaan: het Budavári Palota (Burchtpaleis). Dit is paleis staat in het deel Buda op een heuvel, wat kenmerkend is voor de skyline van de stad. Het is gebouwd in 1265, maar het grootste deel wat er nu staat is er bijgebouwd tussen 1749 en 1769. Het huisvest de nationale bibliotheek, Hongaars Nationale Gallerij en het Boedapest Historisch Museum. Het Budavári Palota is te bereiken per funicular (soort treintje) of via een wandeling. De funicular kan je vinden bij de Széchenyi lánchid (Kettingbrug) en het Adam Clarkplein.

Na een bezoek aan dit paleis en het terrein ervan te hebben verkend besloot ik met het treintje weer terug naar beneden te gaan. Na weer een wandeling over de mooie Kettingbrug waarmee je zicht hebt op het heuvelige deel (Buda), het vlakke deel (Pest) van de stad en natuurlijk de Donau heb ik nog wat gegeten bij een eettentje in het centrum van de stad. In de avond heb ik het rustig aan gedaan en wat gedronken in de bar van het hostel.


Dag twee:
Mijn tweede dag in Hongarije stond in het teken van heuvels en flink wat kilometers lopen. Doordat het weer meezat, 32°C en zon, had ik in de heuvels van het Buda-gedeelte een mooi uitzicht over de omgeving. Hoogtepunt daarvan was bij uitstek de Jánoshegy (Johannesheuvel, ‘hegy’ is Hongaars voor ‘heuvel’) in de buitenwijken van Budapest.

De Jánoshegy is het hoogste punt van de stad met een hoogte van 527 meter boven zeeniveau. Bovenop deze heuvel heb je ook nog de Elisabethtoren staan, ter ere van keizerin Sisi van Oostenrijk-Hongarije. Wanneer je bovenop de toren staat heb je uitzicht over het platteland van Hongarije en op de stad Budapest zelf. Houdt wel al je spullen goed vast boven, want er is een grote kans dat het daarboven heel hard waait. Mijn telefoon vloog namelijk bijna uit mijn handen vanwege de wind, dus was het bezoekje aan de top van de toren maar van korte duur. De Jánoshegy is te bereiken per treintje, stoeltjeslift of door simpelweg het hele stuk naar boven te lopen.

Het uitzicht op de stad vanaf de Elisabethtoren.

Nadat ik onderaan de Gellért-hegy wat gedronken had bij Romkert ben ik deze heuvel opgeklommen. Eerst een stop bij heet Gellértmonument. Hier staat het standbeeld van Sint-Gerardus, wie een van de eerste heiligen was van Hongarije. Daarna vervolgde ik mijn weg naar boven. Doordat het een aardig steile klim was, kwam ik flink doorweekt boven aan, omdat het nog steeds erg warm was. Bovenop de Gellért-hegy heb je het Citadel, een prachtige burcht wat gebouwd is door de Habsburgers na de neergeslagen revolutie van 1948-1949 om het onder spanning staande Pest-Buda beter onder toezicht te hebben. Vanaf de muur en bij het Vrijheidsbeeld heb je een prachtig uitzicht over de stad, waarbij je kan kijken tot aan het eiland waar elk jaar Sziget Festival (Eilandfestival, ‘sziget’ is Hongaars voor ‘eiland’) gehouden wordt.

Het Vrijheidsbeeld waakt over dit uitzicht sinds 1947.

Na een mooie afdaling vertrok ik richting het nationaal stadion van Hongarije, het Puskas Ferenc Stadion. Helaas had ik niet echt goed research gedaan, aangezien het stadion was afgebroken. In 2019 moet ik dus maar eens terugkomen om dit nieuwe stadion te gaan bezichtigen. Na dit teleurstellende bezoek, wat mijn eigen fout was natuurlijk, heb ik boodschappen gedaan om zelf mijn eten te gaan koken in het hostel. In de avond was het tijd voor een geweldige pubcrawl.


Dag drie:
De reis is doormidden en dus was het tijd om even te relaxen in een van de badhuizen van Budapest. Deze stad staat namelijk bekend om zijn warmwaterbronnen en vele gratis drinkwaterpunten in de stad. Ik heb gekozen voor het Széchenyi Gyógyfürdő, misschien wel het bekendste badhuis van de stad. Het is daarnaast ook het grootste medisch kuuroord van Europa. Het badhuis is te bereiken met metrolijn M1 via het gelijknamige station. De bronnen van dit badhuis liggen rond de 1000 meter diepte en zijn ongeveer 77°C. Het Széchenyi-badhuis is te vinden in het stadspark Városliget.

Misschien wel een van de bekendere foto’s van Budapest en het Széchenyi-badhuis.


Dag vier:
De laatste volledige dag in Hongarije was het weer wederom lekker. Overdag was het rond de 31°C met zo nu en dan wat sluierbewolking, dus was het een goed moment om een mooie wandeling te maken naar de Grote Synagoge, wat ongeveer vijf tot tien minuten lopen was van mijn hostel. Deze synagoge is gebouwd in de periode 1854-1859 en heeft twee torens van 43 meter hoog. Helaas ben ik er niet in geweest, aangezien grote rugtassen niet naar binnen mochten.

De twee torens van de Grote Synagoge.

Nadat ik de metro had gepakt kwam ik uit bij het grootste parlement ter wereld, het Hongaars parlement. Dit gebouw is 268 meter (!) lang en het duurde daarom zeventien jaar om de bouw te voltooien in 1902. Voor het parlementsgebouw bevindt zich een groot plein met meerdere standbeelden van belangrijke Hongaarse mensen, zoals oud-vorsten en staatshelden. Ook hier zijn waterverstuivers die verkoeling bieden voor het warme weer. Helaas was er geen toegang tot het parlement, want het gebouw schijnt van binnen ook erg prachtig te wezen.

Vanaf het parlementsgebouw heb je zich op het Margitsziget waar er een fontein staat die vanaf het voorjaar tot aan oktober de aandacht trekt van de mensen. Elk uur spuit hij water de hoogte in op volks-, pop- of klassieke muziek. Zo heb ik een keer allerlei klassieke nummers gehoord, maar na een maaltijd bij de The Champs Beergarten kwamen popnummers voorbij, waaronder de Hongaarse versie van ‘Let it go’, die iedereen wel kent van de film Frozen.

De Hongaarse vlag voor het parlement. Het koste mij zes pogingen om de vlag er goed op te krijgen..

Het zojuist genoemde The Champs Beergarten is een leuk restaurant/biergarten waarbij je goed eten krijgt voor relatief weinig geld. Het is deels ook sportief ingericht met allerlei voetbal-, wielren-, (ijs)hockey- en nog veel meer sportshirts. Ook zijn er meerdere tv-schermen waarbij sportwedstrijden uitgezonden worden en daarnaast is er ook muziek voor de gezelligheid. Echt een aanrader om even lekker te relaxen op een warme en vermoeiende dag.

In de avond ben ik samen met mijn Belgische kamergenoten naar een cocktailbar geweest verderop in de straat van mijn hostel. Een geweldige avond als afsluiter van een mooie reis naar Budapest. Ik ga zeker nog eens terug naar deze stad, vanwege het feit dat de mensen er zo gastvrij en aardig zijn. Eerst maar eens mijn Hongaars oefenen, zodat ik met meer locals in contact kan komen.


Dag vijf:
De laatste dag was om rustig aan te doen. Aangezien ik om 14:55 terug naar Eindhoven vloog en moest uitchecken voor 10:00 uur was er niet echt tijd om weer de stad in te gaan op zoek naar plaatsen waar ik niet geweest ben. Ik had dus genoeg tijd om rustig te gaan ontbijten en af te reizen naar het vliegveld van Budapest.

Het hostel waarin ik verbleef was erg goed. Op de begane grond had je de receptie, een bar, een wasruimte en een keuken waar je je eigen maaltijden kon bereiden. Dit laatste was natuurlijk gratis, je moest natuurlijk wel eerst je eigen eten kopen in de plaatselijke supermarkt. Ook had je er een loungegebied waar je je telefoon en dergelijke kon opladen. In de rest van het hostel had je de kamers, welke groot en schoon waren. De bedden lagen comfortabel en je had een driedelig lakenset, wat je niet overal krijgt. De badkamer was ook modern, groot genoeg en schoon. Wombats City Hostels is dan ook een goede keten om in te verblijven, want ze zitten ook nog in andere steden als Berlijn en Wenen. Wombats Budapest ligt gelegen in Kiraly Utca op ongeveer vijf minuten lopen van het centrale metrostation Deák Ferenc Tér.

De straat waarin het hostel lag, welke te herkennen is aan de roze banners.


Like, volg en subscribe je ook op mijn Facebook-, Instagram- en YouTubepagina! Het is kosteloos en je krijgt wat extra’s te zien als in filmpjes en extra mooie foto’s!


Share