Tbilisi blog Timon Abbing

Van 9 tot en met 15 maart ging ik met mijn klas op studiereis naar Georgië. In deze blog schrijf ik mijn belevingen en vertel ik je wat over Georgië.

Wijn & corona

Het is maandag in de vroege morgen wanneer we aankomen op het vliegveld. We werden gedurende de reis twee keer gevraagd om een aantal formuleren in te vullen in verband met het coronavirus. Op het vliegveld wachtte echter het grote onderzoek op ons: een warmtemeter die wel zeker één hele seconde onze lichaamswarmte kon waarnemen, dat zat dus wel pluis. Om ons te helpen bekomen van de schrik waren de douanebeambte dus zo vriendelijk om ons een flesje wijn mee te geven.

Eenmaal voorbij de douane stond onze taxichauffeur al op ons te wachten. Hij nam de koffer van mijn reisgenoot mij en leidde ons langs de bedelende dames naar zijn auto. Een bijzondere eerste indruk, dat wel. Onze chauffeur was een vriendelijke man, die tijdens de gehele 30 minuten die de rit in beslag nam alleen het broodnodige gezegd heeft. Wel lekker rustig zo, na zo’n lange reis.

Na tientallen kilometers over de prachtige -met gaten in het wegdek- bezaaide snelweg te hebben afgelegd we de stad. Het ziet er mooi uit van een afstand. Enkele minuten later wijken we van de grote weg af een donkere steeg in. Ik dacht dat de taxichauffeur verdwaald was, maar deze maakte duidelijk dat we uit moesten stappen. We waren bij het hotel aangekomen. Ik gaf de chauffeur een kleine fooi en zijn taxi verdween weer in de nacht.

We liepen het hotel in en melde ons bij de receptie. De jongeman die die avond dienst deed verwelkomde ons maar leek zich vervolgens geen raad te weten met ons. Hij stond op het punt om iemand te bellen toen ik vroeg: ’Reservation?’ waarop hij ja knikte. Ik liet hem mijn uitgedraaide Expedia-reisplanner zien. Hij keek even maar vond het al snel welletjes, blijkbaar kon hij genoeg vertrouwen hechten aan mijn blauwe ogen, want hij had verder niks nodig.

Hij bracht ons naar een kamer op de derde verdieping. Het had 2 bedden, een grote kast en een badkamer. Alles bleek van dichtbij gezien een gebrek te hebben, maar ons maakte het niet veel uit. We waren moe en lieten ons op het krakende bed vallen. We zouden diezelfde ochtend weer vroeg uit de veren moeten.

We waren moe en lieten ons op het krakende bed vallen. We zouden diezelfde ochtend weer vroeg uit de veren moeten.

Een paar uur later stonden we weer op. We hadden afgesproken bij het vrijheidsplein, één van de grootste trekpleisters van de stad. Het vrijheidsplein was erg dichtbij ons hotel, slechts 10 minuten lopen. Omdat we vroeger waren dan geplant besloten we de omgeving wat de verkennen. We gingen een trap omlaag naar wat we dachten dat een metrostation was. Het bleek echter een ondergrondse winkelstraat te zijn, vol met zwerfhonden en daklozen. Eenmaal aan de andere kant kwamen we weer omhoog, vlakbij een hypermodern winkelcentrum. Hier moest wel wat te zien zijn!

Het winkelcentrum was niet druk. Er waren voor elke bezoeker zeker twee medewerkers die hen konden helpen, wat een service! In het winkelcentrum stikte het op elke verdieping van de stalletjeshouders die verveeld op hun telefoon keken of eten deelden met de andere stalletjeshouders.

Het werd tijd om ons richting de afgesproken locatie te begeven. Eén voor één melde de groepen zich bij de docenten en we gingen op pad.

Georgië? Waar ligt dat?

Toen ik mijn vrienden vertelde dat ik naar Georgië ging hadden ze vrijwel allemaal de vraag: Waar ligt dat? Georgië is dus niet erg bekend, laat staan Tbilisi. Is dat onterecht? Ik denk van wel, het is een stad met een rijke historie. Dat hier een grote stad is ontstaan is niet gek; het ligt namelijk op het kruispunt van verschillende eeuwenoude handelsroutes.

Om de reis maar goed te beginnen stond als eerste een rondleiding op het programma. Onze reisleider was een sympathieke jongeman die wel van een grapje hield. Hij vertelde ons in het kort over de geschiedenis, de cultuur en liet ons plekken zien waar geen andere toerist te zien was. Op deze unieke plekjes werden wij zorgvuldig in de gaten gehouden door een leger van oude mannetjes. Volgens onze reisleider waren ze bang dat we corona zouden hebben, we werden daarmee ook vriendelijk verzocht om niet te veel drukte te maken. Ook werden we tijdens vrijwel de gehele tour vergezeld door een roedel zwerfhonden, lieve beestjes, dat wel. De honden met een markering bij hun oren waren gevaccineerd en gecastreerd wist de reisleider te vertellen. Dit was namelijk een vereiste van de Europese Unie als Georgië ooit lidstaat zou willen worden.

Ook werden we tijdens vrijwel de gehele tour vergezeld door een roedel zwerfhonden, lieve beestjes, dat wel.

Geschiedenis & chacha

Het is dinsdag. Vandaag stond een vijf uur durende tour op het programma. We spraken af bij Avlabari metro station. De beste manier om hier te komen was -hoe kan het ook anders- de metro! Vanaf het Vrijheidsplein kon ik met de metro binnen 3 minuten bij Avlabari zijn. Als je de tijd die je op de roltrap staat niet meetelt tenminste, de metro bevindt zich namelijk zeer diep onder de grond en wie hoogtevrees heeft kan beter wegkijken. De metro van Tbilisi, waar ik de rest van de week gebruik van zouden maken werd geopend in 1966, desalniettemin was het in perfecte staat. Het werd destijds gebouwd om de arbeiders van de Sovjet Unie op een snel- en efficiënte manier te vervoeren. De metrostations moesten volgens Stalin de ”paleizen zijn van het volk”, dat is dus wel gelukt.

Als je de tijd die je op de roltrap staat niet meetelt tenminste, de metro bevindt zich namelijk zeer diep onder de grond en wie hoogtevrees heeft kan beter wegkijken.

Onze groep werd verdeeld over twee bussen, mijn groep had een gids genaamd Kathrine. Onze eerste stop was bij het ‘’klooster van het kruis’’. Een zesde-eeuwse Georgisch orthodoxe klooster dat uitkeek over Mtskheta. Het klooster is ondanks de vernielingen van vijandige legers toch grotendeels in tact gebleven. Er word gezegd dat op deze locatie een vrouwelijk evangeliste met de naam Nino een groot houten kruis plaatste dat in staat was wonderen te verrichten. Dit trok pelgrims aan vanuit de hele Kaukasus. Ook wordt gezegd dat zij degene is geweest die de Koning van Iberië had bekeerd tot het Christendom en daarmee het begin van het Christelijk geloof in Georgië inluidde.

Mtskheta was onze tweede stop. Ook Mtskheta is van historisch belang voor Georgië. De stad werd opgericht in de 5de eeuw voor Christus en fungeerde van de 3de eeuw voor Christus tot de 5de eeuw na Christus als hoofdstad van het Koninkrijk Iberië. Mtskheta verloor weliswaar haar functie als hoofdstad, het bleef fungeren als de primaire plaats waar de koningen van Georgië gekroond en begraven werden.

In Mtskheta  bevindt zich ook de Svetitschoveli-kathedraal. Ook deze is van religieus belang. Volgens de legendes zou een Georgische Jood die bij de kruisiging van Jezus aanwezig was de mantel van Jezus hebben meegenomen naar Mtskheta. Eenmaal thuis trof hij zijn zus Sidonia en toen zij de mantel aantrok werd ze overvallen door emotie en stierf zij. Zij werd begraven met de mantel en enige tijd later groeide uit haar graf een enorme boom. De vloeistoffen die uit de boom kwamen zouden magische krachten hebben en zouden mensen hebben genezen van ziektes.

Na een vijf uur durende tour kwamen we weer terug in Avlabari. We kregen twee uur vrije tijd en vervolgens gingen we weer op pad.

Als eerst bezochten we de kathedraal van de heilige Drievuldigheid in Tbilisi. De grootste kathedraal van het land. De kathedraal is gebouwd in opdracht van Bidzina Ivanishvili, voormalig president en tevens rijkste man in het land.

Na de bezoek aan de kathedraal was het tijd om te eten, dit deden we bij Laghidze water, waar we de beroemde Laghidze limonade probeerden. Deze limonade is beroemd geworden toen Stalin het als geschenk naar Truman stuurde. Ook probeerden we Khacapuri, brood in de vorm van een boot met een ei in het midden.

Vervolgens gingen we met de metro richting het vrijheidsplein om daarna te voet verder te gaan richting de kabelbaan die ons naar de top van de Mtatsminda berg zou brengen. Boven op deze berg was het uitzicht op de stad geweldig. Op de berg was ook een geheel pretpark, hoewel deze op deze tijd van de dag nogal leeg oogde. We kregen Ponchiki, een soort Georgische donut en nog een glas lokale limonade.

Na een half uur op de berg gespendeerd te hebben gingen we weer met de kabelbaan naar beneden. Beneden stonden de bussen weer voor ons klaar en we gingen naar een ander deel van de stad. We stopten bij een huis, waar een familie van vier voor de deur op ons stond te wachten. We gingen hier koken, zo begreep ik. Ik kan zelf totaal niet koken maar wilde wel een poging wagen. We leerde onder andere om Khinkali te maken, een gerecht met Aubergine, walnoten, salade en maïsbrood. Al snel zijn we verder gegaan naar het belangrijkste deel van de avond: het diner. Ik ben een goede eter, en eten was er genoeg. Ik ben echter geen drinker en er was behoorlijk wat drinken. Vooral de chacha -een soort Georgische wodka- was niet aan te slepen en het werd een gezellig avond.

Vooral de chacha -een soort Georgische wodka- was niet aan te slepen en het werd een gezellig avond.

Zware dagen

Vandaag is het woensdag. Vele in de groep hadden een kater, maar we moesten door. Vandaag stond namelijk een wijntour op het programma. We brachten een bezoek aan ‘’Kakhetian Traditional winemaking’’ één van de grootste wijnproducenten in Georgië. Hoewel we nog maar net hersteld waren van de voorgaande avond werd het tijd om wijn te drinken. Dit konden we de rest van de dag voelen.

Vervolgens gingen we naar Badiauri, waar we een traditionele bakkerij bezochten. Het was een klein gebouw, zo klein dat een deel van de groep buiten moest blijven staan. Je kon zelf brood maken maar je kon het ook alleen proeven, als aanvulling was er ook kaas. Wie wist dat de Georgische en Nederlandse keuken zoveel gelijkenissen hadden? Het was inmiddels ook al bijna middag, wat betekende dat er ook weer chacha gedronken moest worden.

Hierna gingen we weer de bus in, op weg naar ‘’Khareba winery’’, hier bezochten we de grootste wijnkelder van Georgië. Een indrukwekkend 7.7 kilometer lang was de kelder. Ook hier werd ons de gelegenheid geboden om wijn te drinken. De meeste van ons besloten echter om de glazen te delen.]

Het was inmiddels al 13:30 dus het was tijd voor de lunch. Voor de lunch gingen we naar het nabijgelegen Khareba restaurant. Een gigantisch restaurant dat net als het pretpark van de vorige dag bijna geheel verlaten was.

In de late middag kwamen we aan in het Bodbe nonnenklooster. Het omringende gebied was bedekt door bloemen, struiken en wijngaarden. Het klooster was kaarsrecht getrokken en was perfect voor een fotosessie.

Als laatste gingen we naar Sighnaghi, ook wel de ‘’city of love’’ genoemd. De stad heeft deze naam gekregen door het vele aantal bruiloften dat hier georganiseerd wordt. Zoals vele steden in Georgië waren hier de littekens van voorgaande oorlogen te zien. Van vele eeuwen geleden tot de tijd van de Sovjet Unie. Terwijl we over de oude stadsmuur liepen ging de zon over, het was tijd om weer naar huis te gaan.

Terwijl we over de oude stadsmuur liepen ging de zon over, het was tijd om weer naar huis te gaan.

Een alternatief programma

Onze vierde dag in Georgië. Hoewel we ver van huis waren ontkwamen we ook hier niet aan het nieuwe fenomeen: het coronavirus. In heel Georgië waren de scholen en universiteiten gesloten, niet alleen dat, maar ook veel van onze geplande tripjes konden niet doorgaan. Vandaag was een (bijna) vrije dag, zo besloten we om deze dag te besteden om mensen te enquêteren bij een van de mooiste plekjes in de stad: fort Narikala, een bolwerk uit de 4de eeuw dat uitkijkt over Tbilisi.

Later in de avond gingen we door naar onze enige activiteit voor de dag: de pubcrawl. Het was immers al bijna 24 uur geleden dat we voor het laatst iets gedronken hadden. Ook deze avond was heel gezellig.

Ook deze avond was heel gezellig.

De miljonair en zijn haai

Vrijdag, de laatste dag van het programma. Ook vandaag stond er maar één ding op het programma vanwege het coronavirus. Vandaag zouden we een bezoek brengen aan de botanische tuin, deze bevond zich achter de berg waarop fort Narikala gebouwd was. Het was raar om er te zijn. We waren slechts enkele kilometers verwijdert van het vrijheidsplein, het hart van de stad. Maar hier heerste een griezelige rust. Tenminste, als je het geluid van de graafmachines in de verte wegdacht. Het was een goede ochtendwandeling, langs een mooie waterval en een enorme grijze bunker. Deze bunker blijkt dus het huis te zijn van onze man, die de eergenoemde kathedraal van de heilige Drievuldigheid. Helaas hebben we de haai die in zijn zwembad schijnt rond te zwemmen niet gespot.

Deze bunker blijkt dus het huis te zijn van onze man, die de eerdergenoemde kathedraal van de heilige Drievuldigheid. Helaas hebben we de haai die in zijn zwembad schijnt rond te zwemmen niet gespot.

Share
Scroll naar top